Comprehensive System

In het Comprehensive System (CS) verlopen zowel de testafname, het coderen als het interpreteren geprotocolleerd. Tijdens de afname wordt de plaat aangeboden met de vraag: ‘Wat zou dit kunnen zijn?’. Als alle platen aan de beurt zijn geweest, wordt de respondent gevraagd zijn antwoorden toe te lichten aan de hand van de vraag ‘Waar’ en ‘Wat in de plaat maakte dat u het zag zoals u het zag’. Bij het coderen beoordeelt de onderzoeker de antwoorden aan de hand van een scala aan criteria. Dit leidt tot kwantitatieve scores, variabelen en ratio┬┤s, die vervolgens worden afgewogen tegen normscores. Op basis van correlatief onderzoek zijn deze scores verbonden met kenmerken van de persoonlijkheidsstructuur, het gedragsrepertoire en de intrapsychische dynamiek van onderzochte personen. Hierdoor kunnen hypothesen geformuleerd worden over het innerlijk van de individuele respondent.